Sportreglement

HOOFDSTUK 1

1. VERGUNNING

  • De afgeleverde vergunning is geldig vanaf het ogenblik van aansluiting tot 31 december van hetzelfde jaar.
  • Vergunningen kunnen aangevraagd worden via het daarvoor voorziene aanvraagformulier of via het systeem Magelan.
  • Om een vergunning aan te vragen dient men aan volgende voorwaarden te voldoen:
  • Medisch geschikt bevonden zijn door een erkend sportarts.
  • Een vergunningsaanvraag, ingevuld en ondertekend door de aanvrager of zijn wettelijk vertegenwoordigers indienen bij Motorsport Vlaanderen. (voor minderjarigen dienen beide ouders of voogd toelating te geven)
  • De vergunning moet betaald zijn vooraleer deze wordt afgeleverd.
  • Niet-vergunninghouders dienen een dagverzekering af te sluiten. Bij het inschrijven en het invullen van een dagverzekering  is de piloot verplicht zijn identiteitskaart voor te leggen.

2. ETHIEK

  • Het is verboden deel te nemen onder invloed van drugs en of alcohol.
  • Het gebruik van stimulerende middelen is verboden. Als stimulerende middelen gelden alle preparaten opgesomd in de laatste lijst der verboden middelen, gepubliceerd door het Ministerie van de Vlaamse- en Waalse Gemeenschap. Overtreders zullen behandeld worden volgens het tuchtreglement opgelegd door Motorsport Vlaanderen. Wanneer de Motorsport Vlaanderen in kennis wordt gesteld dat aan een piloot nationaal of internationaal een disciplinaire maatregel is opgelegd, wordt deze maatregel eveneens gevolgd door Motorsport Vlaanderen.

HOOFDSTUK 2

INDELING CATEGORIEËN

  • Juniors 85 cc (mag vanaf 11j tem 2007)
  • Aspirant 125 cc (mag vanaf 11j tem 2007)
  • Beloften (14 jaar tem 17 j)
  • Debutanten (vanaf 15 j)
  • Dames (vanaf 14 j)
  • Nieuwelingen 250 (vanaf 15 j)
  • Nieuwelingen 500 (vanaf 15 j )
  • Juniors 250 (vanaf 15 j)
  • Juniors 500 (vanaf 15 j)
  • Nationalen Open (vanaf 15 j)
  • Inters 250 (vanaf 15 j)
  • Inters 500 (vanaf de 15 j)
  • Experten A (vanaf 34 tem 45 j)
  • Experten B (vanaf 46 j)
  • OT tem 1990
  • OT van 1991 tem 1998
  • E-Bikes
  • 50cc Initiatie, quads, appex (vanaf 6j)
  • Jeugd Nieuweling 65 cc KW (vanaf 8j)
  • Jeugd Nieuweling 65 cc GW (vanaf 8j)
  • Jeugd Nieuweling 85 cc KW (tem 2010)
  • Jeugd Nieuweling 85 cc GW (tem 2010)
  • Jeugd quads

                
De datumbepaling voor de categorieën met een ouderdomsbepaling is 1 januari van het jaar waarvoor de aanvraag dient.

Voorbeeld: Dit wil zeggen dat piloten beloften die voor die datum 18 jaar worden, nieuweling 250 moeten rijden.

Op schriftelijke en gemotiveerde aanvraag van een rijder, kan de werkgroep Motorcross een afwijking op de voorziene leeftijdsgrenzen toestaan.

CATEGORIE BIJ OVERGANG

a. Vrijwillige overgang:

Een piloot kan overgaan naar een hogere categorie op zijn aanvraag mits goedkeuring sportcommissie/werkgroep MX.

Een internationaal 250 die vrijwillig overgaat naar een hogere cilinderinhoud is verplicht internationaal 500 te rijden.

b. Verplichte overgang:

Het bestuur Mc-Lille is bevoegd om een piloot te verplichten naar een hogere categorie over te gaan tijdens het seizoen, indien zijn sportieve prestaties of zijn verleden dit noodzakelijk maken.

Minimum overgangen: de kampioen van de categorie met uitzondering van niveauverschil waarbij de overgang geen noodzakelijkheid is. Hierbij zullen initiators betrokken worden die samen de beslissing doorvoeren.

 KAMPIOEN CATEGORIE OVERGANG NAAR CATEGORIE

BELOFTEN : JUNIORS 250 of JUNIORS 500

NIEUWELINGEN 250 of 500 : JUNIORS 250 of JUNIORS 500 of experten

JUNIORS 250 : NATIONALEN OPEN of experten

JUNIORS 500 : NATIONALEN OPEN of experten

NATIONALEN OPEN : INTERS 250 of INTERS 500 of experten

EXPERTEN A : indien deze meer dan de helft van de verreden wedstrijden gewonnen heeft moet overgaan naar een andere reeks , nieuwelingen of juniors .

EXPERTEN B : indien deze meer dan de helft van de verreden wedstrijden gewonnen heeft moet overgaan en mag kiezen uit experten A of nieuwelingen of juniors .

HOOFDSTUK 3

1. KLEDIJ

Verplichte kledij op gemotoriseerde trainingen, officiële oefeningen en wedstrijden:

a. Valhelm die beantwoordt aan de door de Belgische wet gestelde normen. De helm dient gedragen met strak gespannenbevestigingsriemen of kleppen. De dubbele beveiliging moet steeds zeer goed voorzien worden.

b. Lederen/Kunststof crosslaarzen met gesloten gespen, geen rubberen laarzen of hoge schoenen met veters.

c. Crosshandschoenen in onbrandbaar materiaal.

d. Trui of jacket met lange nauwsluitende mouwen (opgerolde mouwen of korte mouwen zijn verboden). Bij regen of modderige omlopen mag gebruik gemaakt worden van een nauwsluitend regenvest of sweater zonder kap en van een nauwsluitende waterdichte broek boven de crossbroek.

e. Crossbroek in leder of ander onbrandbaar materiaal.

g. Harnas gedragen onder de trui.

h. Crossbril met splintervrije glazen is verplicht bij de start. Men is niet verplicht deze bril te dragen tijdens de ganse duur van de wedstrijd. Piloten die in het dagelijks leven een bril dragen, zijn verplicht een bril te dragen met splintervrije glazen.

i. Het dragen van schouderbeschermers alsook een borstbeschermer is sterk aanbevolen, doch niet verplicht. Alle loshangende voorwerpen aan hals en helm zoals oorbellen, sjaals, kettingen, lange haren, enz. zijn ten strengste verboden, uitgezonderd harnas met nekbrace. Piloten met een uit de mond te nemen vals gebit, zijn verplicht dit uit de mond te nemen op gemotoriseerde trainingen, officiële oefeningen en wedstrijden

j. Flippers of aftrekglazen zijn ten strengste verboden.

2. MOTORFIETS

a. De cilinderinhoud moet beantwoorden aan de normen van de categorie waarin de piloot start.

KLASSE CILINDERINHOUD

125 tot 125cc 2-takt

250 Tot 250cc 2-takt of 4-takt, EPV (elektrisch)

500 2-takt of 4-taktmotoren vanaf 251cc

MX Motorsport Vlaanderen – Mc-Lille

b. Iedere motor moet voorzien zijn van drie nummerplaten (afmeting cijfers 12 cm hoog, 7 cm breed en 2 cm dik) op volgende plaatsen: voorkant, rechts onderaan het slijkbord en links onderaan het slijkbord .Het gebruik van fantasiecijfers is verboden. Het toegekende nummer is persoonlijk. Ieder piloot die met een ander nummer rijdt is verplicht de koersdirecteur hiervan in kennis te stellen voor de start.

Het max toegelaten geluid, gemeten met de twee-meter methode, bedraagt 114db.

3. UITRUSTING

a. Elke vergunninghouder dient zich VERPLICHT te voorzien van een opgeladen transponder, wat nodig is om geregistreerd te kunnen worden in het klassement (dagklassement en kampioenschappen).

b. De motor moet voorzien zijn van een goede voet- en handrem.

c. Degelijke stuurbeschermers moeten aangebracht worden en de voetsteunen moeten opklapbaar zijn.

d. Het koppelingshendel en hendel van de voorste rem moet voorzien zijn van de originele verdikte rondingen. Het is verboden de hendels te perforeren achter de rondingen. Er mogen zich geen scherpe voorwerpen bevinden aan de moto. Deze moeten afgeschermd zijn. Met name de kettingspanner moet goed afgeschermd worden.

e. Schoepen- en spijkerbanden zijn verboden. Het is de Werkgroep MX Motorsport Vlaanderen die oordeelt of een band al dan niet reglementair is. Tegen deze beslissing is op de dag van de wedstrijd zelf geen beroep mogelijk.

f. De geluidsniveaus en meetmethodes tijdens trainingen/wedstrijden worden vastgelegd volgens het FIM-reglement. Een rijder die de voorziene geluidslimieten overschrijdt, zal een sanctie van 5 strafplaatsen toegekend krijgen in de uitslag van desbetreffende training/wedstrijd. Gevolg gevend aan de vaststellingen gedaan door de koersdirectie zullen niet-conforme machines en alle pogingen tot bedrog of technisch bedrog een startverbod als gevolg hebben. Steekproeven van geluidstesten kunnen ter aller tijde plaats vinden. De koersdirectie kan beslissen of een piloot een geluidstest moet ondergaan. Een piloot kan, indien hij dit wenst, vragen om zijn eigen motor te laten testen op het geluid. De koersdirecteur kan, op basis van de geluidstesten uitgevoerd tijdens de oefeningen en/of de wedstrijden, een rijder onmiddellijk uit de oefensessie/wedstrijd halen op vertoon van de zwarte vlag.

Het max toegelaten geluid, gemeten met de twee-meter methode, bedraagt 115db.

HOOFDSTUK 4

1. INSCHRIJVING

Iedere niet geregistreerde piloot binnen VLM/BMB / MC Lille (MSV/FMWB) is verplicht zich voor de training aan te bieden op de inschrijving met zijn licentie, of dient alhier een dagvergunning op te nemen.

Inschrijvingen voor een wedstrijd hebben plaats de dag voor de wedstrijd van 19 uur tot 21 uur en de dag van de wedstrijd zelf van 07 uur tot 09 uur .

2. OEFENINGEN

– Vooraleer aan de oefeningen deel te nemen, moet de piloot zijn motor onderwerpen aan de technische keuring, met stilliggende motor en in het bezit van het startbewijs.

– De duur en het tijdsschema worden door Mc-Lille bepaald.

– Elke piloot is verplicht minimum 1 RONDE te oefenen, zo niet kan voor die wedstrijd een startverbod opgelegd worden.

– Ingeval van defect dient de piloot onmiddellijk de omloop te verlaten zonder de andere piloten daarbij te hinderen.

– De normale rijrichting dient gevolgd te worden, ook in de wedstrijden. Startoefeningen zijn enkel toegelaten indien mogelijk.

3. WEDSTRIJD

– De startplaats, wordt bepaald door loting voor de wedstrijd .

– Piloten die niet tijdig aanwezig zijn in het gesloten rennerspark, d.w.z. bij het ingaan van de laatste ronde van de vorige reeks, dienen zich achter de piloten aan te sluiten.

– De startvolgorde voor de tweede reeks is volgens de uitslag van de eerste reeks .

– Indien er gereden wordt met schiftingen dan worden de startplaatsen voor de finale verdeeld als volgt: plaats 1 voor de winnaar van de eerste schifting, plaats 2 voor de winnaar van de tweede schifting, plaats 3 voor de tweede van de eerste schifting, plaats 4 voor de tweede van de tweede schifting enzoverder tot alle voorziene plaatsen zijn ingenomen.

– Piloten die zich plaatsen via de herkansing nemen de resterende plaatsen in op basis van hun resultaat in de herkansing.

– Er wordt gestart met een automatisch neervallend starthek. Bij defect hiervan beslist de koersleider over de te gebruiken startmethode.

– De motoren in het gesloten rennerspark mogen pas op gang gebracht worden na het teken van de startmeester.

– De duur der opwarming van de motoren is minimum 2 minuten en maximum 5 minuten.

– Verzorger of mecanicien moeten het gesloten rennerspark verlaten.

– Het is tevens verboden te roken in het gesloten park.

– Vanaf het op gang brengen der motoren zal er max. 5 minuten gewacht worden in geval van defecte motoren of andere oorzaak.

– Transponder niet op de motor of vergeten is geen defect en dus ook geen wachttijd.

– Vanaf het bevel tot vertrek naar het starthekken moet de start zijn normaal verloop krijgen en mag men niet meer van motor veranderen.

– De start zal om geen enkele reden onderbroken worden, ook niet ingeval er iemand pech heeft.

– Achter en voor het starthek is geen publiek toegelaten.

– De piloot neemt na het verlaten van het gesloten rennerspark in volgorde van de standplaats een door hem gekozen plaats in binnen de daartoe voorziene ruimte achter het starthek.

– Piloten moeten in het midden achter het starthek plaatsnemen waardoor andere piloten niet kunnen gehinderd worden

– De wedstrijd wordt betwist in reeksen.

– In de volgorde van aankomst in de reeksen worden punten toegekend.

– De optelling van de punten is bepalend voor de eindstand.

– De koersdirectie beslist over toekenning van punten .

– De 1ste plaats in de reeks is goed voor 25 punten, de 2de plaats goed voor 22 punten, de 3de plaats goed voor 20 punten, de 4de plaats goed voor 18 punten, de 5de plaats goed voor 16 punten, vanaf hier vermindert het met 1 punt t.e.m. plaats 20.

– Bij gelijke punten is de uitslag van de tweede reeks doorslaggevend en gaat de zege naar de piloot die in de tweede reeks de beste uitslag behaalde.

– Indien er slechts één reeks of finale wordt verreden is de reekswinnaar ook eindwinnaar.

– De koersdirecteur bepaalt de wedstrijdduur, welke zal meegedeeld worden aan de piloten.

– Om geklasseerd te worden in een reeks moet aan volgende voorwaarden voldaan worden:

• Met dezelfde moto als bij het van start gaan.

• 66% (2/3) van het aantal ronden van de winnaar te hebben afgelegd. Bij een onpaar aantal ronden wordt het aantal ronden naar beneden afgerond (vb. de winnaar rijdt 13 ronden, om geklasseerd te zijn moet men 13 x 0.66 = 8.58 = 8 ronden afleggen). Let op , men moet steeds de aankomst overschreden zijn en afgevlagd worden door de zwart-wit geblokte vlag .

5. GEDRAG TIJDENS DE WEDSTRIJD

– Tijdens de wedstrijd mag de piloot de meest geschikte plaats op de omloop uitkiezen. Korte zigzag-bewegingen zijn verboden, evenals roekeloze daden die voor zowel medepiloten als toeschouwers een gevaar kunnen betekenen.

– Inhalen mag slechts gebeuren indien dit kan zonder gevaar voor medepiloten en toeschouwers.

– Fair-play en sportiviteit dienen in acht te worden genomen.

– Zij die zich schuldig maken aan een van boven vermelde regels kunnen onmiddellijk door de koersleiding uit koers genomen worden.

– Bij technisch defect dient de piloot met moto onmiddellijk de rijpiste te verlaten.

– Men moet doorgang verlenen wanneer men op het punt staat gedubbeld te worden. Dit is van zodra deze in het wiel komt. Het moedwillig hinderen kan met uitsluiting bestraft worden en schorsing van de vergunning tot gevolg hebben.

6. BETEKENIS VAN DE VLAGGEN

GETOONDE VLAG BETEKENIS

ZWART-WIT GEBLOKT AANKOMST

WIT BORD MET CIJFER 1 AANDUIDING LAATSTE RONDE

GROENE VLAG DE MOTOREN MOGEN OP GANG WORDEN GEBRACHT

GELE OF ROOD-KRUIS VLAG GEVAAR – SNELHEID MINDEREN, VERBOD OP INHALEN

BLAUWE VLAG AAN UITRIT MOTOREN STILLEGGEN

RODE VLAG STOPZETTEN WEDSTRIJD

– Bij het negeren van de gele of rode kruis vlag, kan de reeks beëindigd worden zonder dat er een herstart is.

– Wanneer toeschouwers op de omloop staan en geen gevolg gegeven wordt aan oproep speaker of officiëlen, zal de wedstrijd worden stopgezet en zal er geen herstart gegeven worden of klassering worden opgemaakt.

HOOFDSTUK 5

1. GESCHILLEN

– Wanneer een piloot klacht wenst neer te leggen, kan dit enkel tegen een piloot uit dezelfde categorie. De klacht dient door klager op het bureel gemeld te worden waarna deze zal onderzocht worden en eventueel de betrokken piloot of toeschouwer ook ter verhoor uitnodigt op het bureel .

3. STRAFBEPALINGEN

Indien blijkt dat een klacht verantwoord is kan Mc-Lille overgaan tot een  officiële waarschuwing, zware berisping, startverbod, declassering uit de dagklassementen of diverse kampioenschappen, schorsing voor een bepaalde tijd, schorsing voor onbepaalde tijd, inhouding van bepaalde voordelen zoals schrapping als piloot.

– Startverbod: Zo noch de moto, noch de kledij in orde is.

– Voorlopig startverbod: indien de piloot wordt vervolgd voor het toebrengen van slagen en verwondingen.

– Eén minuut straftijd: rijden in het rennerspark, beledigen van dienst- of bestuursleden, negeren van de gele vlag.

– Eén wedstrijd geschorst: bij het meermaals(3x) negeren van de gele vlag.

– Drie wedstrijden geschorst: bij vechtpartijen onder piloten

– Eén jaar geschorst: bij het toedienen van slagen en verwondingen aan bestuursleden en om het even welke aangestelde in functie op de wedstrijddag.

4. UITVOERING VAN DE SANCTIES

De uitgesproken sancties van Mc-Lille en de Raad van bestuur zijn onmiddellijk uitvoerbaar

5. EERBIEDIGING REGLEMENTEN

De deelnemers verplichten zich te onderwerpen aan de voorschriften van dit reglement en zijn eventuele bijvoegsels.

HOOFDSTUK 6

 VEILIGHEID

Het is voor iedereen verboden te rijden in het rennerspark of elders buiten de omloop met om het even welk gemotoriseerd rijtuig.

Bij het verlaten van het circuit mag met de motor tot aan uw standplaats gereden worden , dit moet STAPVOETS gebeuren , indien hier geen gevolg aan gegeven word en men toch te snel rijdt zal u gesanctioneerd worden door de motor stil te leggen en verder te voet naar uw standplaats . Denk aan de kinderen die op de parkings al spelende plots voor u kunnen lopen .

HOOFDSTUK 7

1. AANGIFTE ONGEVAL

– Indien een piloot een ongeval veroorzaakt of erbij betrokken wordt, dient dit binnen de 24 uur aangegeven te worden.

– Doet het ongeval zich voor op een wedstrijddag, dan dient de piloot zich aan te bieden bij de dienstdoende verpleeginstelling, wordt hij genoteerd in een ongevallenboek en ontvangt een aangifteformulier die binnen de 7 dagen dat nauwkeurig ingevuld dient opgestuurd te worden naar het secretariaat Motorsport Vlaanderen.

– Ook wanneer u betrokken bent met een ongeval met derden (toeschouwers) dient u VERPLICHT een aangifte te doen bij de verzorgingsdienst om de nodige informatie te verstrekken.

– Doet het ongeval zich voor op een training, dan dient de piloot binnen de 24 uur het secretariaat Motorsport Vlaanderen op de hoogte te brengen.

– Na aangifte van het ongeval wordt de vergunning van de piloot geschorst. Deze schorsing wordt opgeheven na voorlegging van een attest van genezing met de melding dat de piloot terug aan de activiteiten kan deelnemen.

2. MEDISCH ONDERZOEK NA ONGEVAL

Een piloot kan enkel na een ongeval of een kwetsuur terug tot de wedstrijd worden toegelaten mits de voorlegging van een attest van volledige genezing afgeleverd door een arts waaruit blijkt dat hij terug geschikt bevonden is om motorsport te beoefenen.

HOOFDSTUK 8

1. UITRIT VOOR PILOTEN

– De omloop moet voorzien zijn van een degelijke uitrit waar een baancommissaris verantwoordelijk is voor de goede gang van zaken.

– De uitrit moet voorzien zijn van een zijuitgang van min. 20 meter lang, waar de piloten verplicht worden tot stapvoets rijden .

– Buiten de omloop is het verboden motoren te testen.

2. PARKINGREGLEMENT VOOR TOESCHOUWERS EN PILOTEN

– Iedereen is verplicht de richtlijnen van de organisator strikt te volgen.

– Het is verboden ruimtes af te bakenen om plaats te houden voor anderen.

– Het is verboden om putten of elke andere vorm van graafwerken uit te voeren.

– Het is verboden om vuur te maken buiten de mobilhome of caravan.

– Maak gebruik van de sanitaire inrichting die op de wedstrijd aanwezig is.

– Het ledigen van chemische toiletten is verboden.

– Alle huishoudelijk afval dient in een vuilzak gedeponeerd te worden. Op het einde van de wedstrijd werpt men dit in de milieucontainer.

3. WERKZAAMHEDEN AAN DE MOTOR

– Het gebruik van detergenten voor het reinigen van de motoren is verboden.

– Het bijvullen met benzine en het vervangen van olie of motoronderdelen moet gebeuren op een speciale werkplaats.

– Bij elk van de vermelde activiteiten is men verplicht een milieumat onder de moto te leggen teneinde het eventueel morsen op te vangen.

4. GELUIDSOVERLAST

– Vermijd het onnodig draaien van motoren in het rennerspark.

– Het is verboden geluidshinder te veroorzaken tussen 20.00 uur en 08.00 uur.

– Indien bij geluidsmeting de maximum toegelaten waarde overschreden wordt dient hij onderworpen te worden aan een nieuwe geluidscontrole. TWEE METER METHODE 114 dB vooraleer deze terug mag starten .

HOOFSTUK 9

1. VOORDELEN VAN DE PILOOT

– De winnaar van een wedstrijd, de tweede en de derde hebben recht op een aandenken.

– Behoudens gegronde redenen, die dienen gemeld te worden op de officiële jurywagen, moeten de piloten die een podiumplaats behalen en daarmee rechtgevend op een aandenken, zich aanbieden op de huldiging. Het nalaten van deze verplichting brengt verlies mee van het aandenken .

Elke jeugdpiloot onder de 12 jaar ontvangt sowieso een aandenken tijdens de prijsuitreiking .

– Van een piloot wordt verwacht dat hij zich beleefd, sportief, eerlijk en oprecht gedraagt.

2. BIJZONDERE BEPALINGEN

– Van een piloot wordt verwacht dat hij zich beleefd, sportief, eerlijk en oprecht gedraagt.

– Hij is op de omlopen en aanhorigheden zoals het rennerskwartier en gesloten park, gehouden de onderrichtingen op te volgen die hem worden opgedragen door de aangestelde van Mc-Lille .

– De piloot dient zich te onthouden van brutale woorden en het uiten van klachten in aanwezigheid van het publiek.

– Elke piloot is verantwoordelijk voor het gedrag van zijn supporters. Indien deze supporters zich schuldig maken aan afkeurenswaardige zaken, zelfs indien deze niet voorzien zijn in dit reglement, die hun weerslag kunnen hebben op de wedstrijden, toeschouwers of het aanzien van Mc-Lille , zal verhaal worden uitgeoefend op de piloot zelf. Dit punt is vatbaar voor de breedste interpretatie.

– De piloot welke zich onttrekt aan het betalen van een steunkaart of anderen in staat stelt om dit te doen, krijgt startverbod.

– De piloot dient leden van de organiserende vereniging en aangestelde van Mc-Lille toestemming te verlenen tot het betreden van de gebruikte vervoermiddelen en aanhangwagens, om het binnensmokkelen van personen na te gaan. De piloot die deze controle weigert krijgt geen toelating tot de wedstrijd. Hij kan gestraft worden met een van de andere straffen voorzien in dit reglement. Tegen straffen opgelegd na overtreding van de 2 vorige punten is geen beroep mogelijk.

– De piloot is aansprakelijk voor alle afval van gelijk welke aard, dat door zijn toedoen wordt achtergelaten op de wedstrijdterreinen, in de breedste zin van het woord. Alle lasten en kosten die hieruit voortspruiten zijn voor rekening van de piloot.

HOOFSTUK 10

1.  KAMPIOENSCHAP

– De te behalen punten worden toegekend per reeks en de eerste 20 piloten van elke reeks komen in aanmerking voor punten.

In reeksen met een A en B-indeling zal de eerste B-rijder ook dezelfde punten krijgen als de eerste    A-rijder . Bij gemengde reeksen bekomt iedere klasse afzonderlijke punten.

– Puntenverdeling: 25-22-20-18-16-15-14-13-12-11-10-9-8-7-6-5-4-3-2-1.

– De titel wordt toegekend aan de piloot die de meeste punten behaalde over het aantal erkende reeksen. Men mag de twee slechtste resultaten schrappen . Een door Mc-Lille afgelaste wedstrijd zijn geen erkende reeksen !

– Indien er een categorie is, waarin gereden wordt onder het systeem van schiftingen en finales, dan komen alle erkende finales in aanmerking.

Wanneer blijkt dat er bij de afrekening piloten zijn met gelijke punten dan wordt de titel als volgt toegekend: de piloot welke de meeste reeksoverwinningen behaalde in de categorie van het betreffende kampioenschap. Indien dit geen uitsluitsel brengt dan komen de meeste 2de, 3de, 4de, … plaats in de titelreeksen in aanmerking. Indien voorgaande evenmin een beslissing brengt dan gaat de titel naar de piloot die in de eindstand van de laatste kampioenschapswedstrijd de hoogste plaats behaalde.

– De piloten die de ouderdom bereikt hebben in de loop van het seizoen, mogen blijven met behoud van punten. Deze die overgaan, beginnen in die categorie terug vanaf nul en vorige punten worden niet meegenomen.

– De verplichte overgangen zullen jaarlijks bepaald worden door Mc-Lille

2. SLOTBEPALINGEN

In alle gevallen waarin door dit reglement niet werd voorzien en welke een invloed kunnen hebben op een goed verloop komt de beslissing toe aan de Werkgroep Mc-Lille en in hoger beroep door de Raad van bestuur. Door zijn aansluiting als piloot verklaart deze dit Sportreglement 2022, bijlagen en uitgereikte nota’s te kennen en te respecteren.